Behandelingen

Injecties

Behandeling met injecties
Heeft u last van lies- of buikwandpijn, dan zijn er verschillende behandelingen mogelijk. Het geven van injecties is daar een voorbeeld van. Hieronder lichten we de verschillende injectiemogelijkheden toe.

Diagnose stellen: proefinjectie met lokale verdoving

Als we een triggerpunt vinden, een pijnlijke knoop in een spier, dan kunnen we die behandelen met een injectie met een lokaal anestheticum (plaatselijke verdoving). Als u een mogelijk triggerpoint met een vinger kunt aangeven, dan voelt de arts naar het midden van de gevoelige plek. Die is meestal 1 tot 2 centimeter in diameter. Met een injectiespuit spuiten we de meest gevoelige plek in met ​​enkele milliliters van 1% lidocaïne. Het triggerpoint is meestal gevonden als de punt van de naald de bekende pijn opwekt. De injectie met een lokaal anestheticum is een diagnostische test om te bevestigen dat de pijn inderdaad uit de buikwand komt. De prik geeft meestal geen blijvende verlichting. Bij sommige patiënten neemt na enkele injecties de pijn wel af.


Therapeutische injectie: voor meer blijvende verlichting

Voor meer blijvende verlichting van de pijn is het vaak nuttig om een ​​mengsel van een lokaal anestheticum (plaatselijke verdoving) met een corticosteroïd (ontstekingsremmer) te injecteren. Corticosteroïden remmen ontstekingen en leiden tot het dunner worden van bindweefsel rondom pijnlijke zenuwtakken. Deze injectie geeft vaak direct verlichting, hoewel de pijn kan terugkeren als de lidocaïne is uitgewerkt. Corticosteroïden werken vaak na een dag of twee en kunnen dan weken tot maanden verlichting geven.